Exclusief interview met Dave Broom
Al drie jaar lang is de bekende whiskyschrijver en –presentator Dave Broom een speciale gast op het WFNN. Hij houdt de bezoekers niet alleen aangenaam bezig met zijn humor en charme maar ook met zijn specialiteit – master classes over Japanse whisky. In 2012 is Dave weer van de partij, onder andere om zijn nieuwste publicatie Whisky De Wereldatlas te signeren. Dit boek is een waardige opvolger van Michael Jacksons WHISKY Encyclopedie uit 2006. Speciaal voor de gelegenheid vroeg het bestuur van WFNN aan Hans Offringa om Dave te interviewen. Beide auteurs zijn al jaren bevriend en werken regelmatig samen bij internationale whiskyprojecten. Beiden zijn ook echte verhalenvertellers, maar ditmaal laat Hans het woord aan Dave, diens woordenstroom slechts af en toe onderbrekend met een korte vraag. Welnu, hier is Dave Broom!
V: Waar ben je opgegroeid?
A: In de West End van Glasgow. Daar ben ik ook naar school gegaan voordat ik Engels ging studeren op de universiteit van Stirling.
V: Hoe is je carrière tot nu toe verlopen?
A: Al voordat ik naar de universiteit ging, werkte ik op de bottelarij van Black & White in Stepps. Dat verhaal heb ik in zijn geheel al eens neergeschreven in Beer Hunter, Whisky Chaser (red: een boek ter nagedachtenis aan Michael Jackson, waaraan 6 bier- en 6 whiskyschrijvers hebben bijgedragen. Dit boek is destijds officieel ten doop gehouden op de 2010-editie van WFNN !). Na mijn studie kreeg ik een baan bij Oddbins, een nationale keten van slijterijen. Daar heb ik 7 jaar gewerkt, zowel in Edinburgh als in Bristol. Ik ging er weg om een real ale pub te gaan runnen. In Bristol was ik overigens al begonnen met schrijven – over muziek, voornamelijk jazz en world music.
Toen de vergunning van de pub afliep, slaagde ik erin een baan te bemachtigen als redacteur voor een weekblad over drank, Off License News geheten. Mijn eerste opdracht was het schrijven van een artikel over Schotse whisky.
In de 7 daaropvolgende jaren was ik verantwoordelijk voor de special features en die mochten gaan over alles wat maar drinkbaar was – van prachtige wijnen tot gebotteld water. Ik raakte geboeid door sterke drank in het algemeen en hoe ik mensen iets kon leren. Het aantal artikelen over sterke drank steeg dan ook opmerkelijk in het blad.
In 1994 ging ik weg bij OLN om in Australië te gaan werken bij Margaret River Winery. Het was verleidelijk om daar te blijven en zelf Malbec en Petit Verdot te gaan verbouwen, maar het ontbrak me aan het benodigde kapitaal. Daarom keerde ik terug naar huis en begon mijn leven als freelance drankenschrijver. Ik schreef over alles en nog wat voor iedereen, maar meestal over wijnen uit Spanje en de Nieuwe Wereld, versterkte wijnen en … gedistilleerde dranken.
Nog geen jaar later kreeg ik een opdracht voor mijn eerste boek, getiteld Spirits & Cocktails. Het werd me al snel duidelijk dat het schrijven over gedistilleerd me een bredere scope gaf, dat het nog geen rommeltje was (red.: qua publicaties) en betere mogelijkheden bood. Ik denk dat ik op de juiste tijd op de juiste plek was. In Londen was er sprake van een cocktail boom, het marktaandeel van malt whisky begon te groeien en de mensen wilden meer informatie over wat er in hun glas zat.
Thans bestaat de helft van mijn werkende leven uit schrijven en de andere helft uit presenteren en lesgeven. Het kan over whisky gaan, over cognac of over rum – en vaak gaat het over Japanse whisky. Ik ben al heel lang gefascineerd door Japan – de gedichten, de kunst, de keramiek, Zen. De kans om daar naar toe te gaan en meer over de inheemse whisky te leren geeft me veel vreugde. Opnieuw, daar heb ik weer geluk gehad. Zij wilden gaan exporteren en ik schreef erover.
Niets in mijn leven is vooraf gepland!
V: Kun je een aantal mensen noemen door wie je bent geïnspireerd?
A: Mijn grootste leermeester was mijn goede vriend Michael Jackson. We reisden samen over de hele wereld, we proefden samen, we dronken samen. Ik heb ongelooflijk veel van hem geleerd, niet alleen over whisky maar ook over presenteren, over hoe mensen aan te spreken, hoe me te gedragen “on the road”, hoe een leven als schrijver te leven en te luisteren naar je eigen stem. Zijn foto staat op mijn bureau tijdens het schrijven.
Je stopt nooit met leren over whisky – daarom moet je die schrijver die zichzelf gebombardeerd heeft tot “expert” ook niet vertrouwen. Ik ben geleid door mensen als Jim McEwan, Dennis Malcolm, Frank Newlands, John Ramsay, Douglas Murray, Jim Beveridge, Robert Hicks, Jimmy Russell, Shinji Fukuyo, Bill Lumsden, Mike Nicolson en nog vele anderen. Iedereen die ik bij een distilleerderij sprak, wilde me wel helpen. Zij zijn de echte experts. In de schrijverswereld heb ik ook dierbare vrienden. Die hoef ik niet te noemen, want ze weten zelf wel wie ik bedoel.
V: Hoeveel boeken heb je tot nu toe geschreven?
A: Volgens mij een dozijn. De belangrijkste zijn voor mij: Rum, Drink (never mind the peanuts) en Whisky De Wereldatlas. Laatstgenoemde gistte ruim 20 jaar en is in 6 maanden uitgeschreven. In al die jaren heb ik me steeds beter gerealiseerd dat de beste manier om te schrijven/praten/les te geven over whisky is via smaak en geur. De Aatlas is een poging om niet alleen een kaart te creëren van de fysieke locatie der distilleerderijen maar ook om het smaak/geurveld in kaart te brengen. In plaats van alleen maar “wat” of “waar” te vragen, roept het ook een “waarom” op. Ik ben er trots op en ik kijk alweer uit naar een volgende editie!
V: Wat zijn momenteel je favoriete boeken van andere schrijvers?
A: John Burnside, Murakami, Nyogen Senzaki, Tim Robinson, techy books on olfaction. Maar het kan per week veranderen! En altijd binnen handbereik: Snyder, Heaney, Nan Shepherd, Sorley MacLean.
V: En muziek?
A: Sheesh! Op het ogenblik is het een brug tussen vrije improvisatie en folk met vleugjes van Lorraine Hunt Lieberson, Morton Feldman en Indian classical – o ja, en de nieuwe Tom Waits! Het is allemaal behoorlijk niet-commercieel …
V: Wat waren je eerste whisky-ervaringen?
A: Da’s een heel verhaal, maar ik vertel het graag nog een keer. Het begon allemaal toen ik 14, 15 jaar oud was bij Loch Awe, waar ik met vrienden van de padvinderij onze nieuwe trekkerstentjes uitprobeerde. Dat weekend werden de tenten tot het uiterste getest, niet alleen of ze waterdicht waren. Het regende die paardagen zoals het alleen in Schotland kan regenen. De regen stroomde als een waterval van het tendtoek af, en daarna verschoof de wind naar horizontaal. Het was een meedogenloze vrieskou. Alles was zo doordrenkt dat de binnenkant van mijn schedel zelfs doordrenkt van water leek. De eerste nacht sloegen we wat blikken bier stuk, maar de tweede nacht hadden we echt iets sterkers nodig. “Ik heb dit bij me”, zijn een van mijn companen, en hij haalde een halfvolle fles whisky tevoorschijn, gestolen uit het drankenkabinet van zijn vader.
Ik herinner me de plek, het bedompte onderkomen van drie man in 1 tent, opgepropte dampend-vochtige kleren, terwijl ik in mijn slaapzak droog en warm probeerde te worden, onderwijl mijn ruggegraat zodanig om de rotsige bodem kronkelend zodat er nog van enig ligcomfort sprake was. Gek genoeg kan ik me niet herinneren welk merk whisky het was.
Het effect herinner ik me des te beter – de manier waarop de dram toesloeg en zichzelf voortsleepte over de tong, de peperige hitte, de vreemde mix van zoet en gevaarlijk, hoe het daarna afkoelde in de keel en daarna in de maag afdaalde, als een wasdroger die een vlaag hitte door je lijf jaagt, brandend in je brein, en meteen die zompige damp verjagend. Ah, dat was dus whisky.
Ik wist daarvoor natuurlijk wel wat het was. Het was destijds ook onmogelijk om whisky te ontlopen. Mijn vader was namelijk een echte whisky drinker. Thuis Black & White, met dank aan mijn oom want die werkte voor Lowries. Wanneer we op visite gingen bij familie in Perth werd er Famous Grouse gedronken. Aan het eind van de avond, in een kamer vol met ooms, tantes, neven en nichten, was de lucht bezwangerd van sigarenrook en whiskydampen. Tegen de tijd dat we naar bed moesten was de rook zo dicht dat we nauwelijks konden onderscheiden wie onze vaders en moeders waren. De geur van whisky voedde de liedjes en het gelach.
Mijn dagen in Perth werden gemarkeerd door whisky. Ik ontmoette mijn neven bij Dewar’s Corner en gezamenlijk gingen we naar Bell’s Centre om daar te voetballen. Daarna liepen we naar huis langs de slijterij van Gloag’s naar het huis op Cherrybank, waar Bell’s bezig was met het bouwen van een nieuw hoofdkantoor.
Whisky was een normaal onderdeel van alledag. Mijn vader leerde me hoe ik water aan zijn nachtelijke dram moest toevoegen: “net genoeg jongen, net genoeg om de dram mistig te maken”. Ik keek terwijl de drank in het geslepen glas bewoog en rondjes draaide. Binnen een paar maanden kon ik de gewenste verdunning op het oog uitrekenen, en het maakte niet uit wat voor soort glas het was. Binnen een jaar schonk ik de drams zelf in.
Het komt me vreemd voor, nu ik denk dat ik de laatste whiskygeneratie in Schotland gade heb mogen slaan, de mannen die een door de tijd geëerde progressie van jongen naar man hadden gevolgd. Een progressie die begonnen was met het verdunnen van hun vaders drams, het zitten bovenin de bus naast de rokers, daarna naar de pubs voor shandies, dan bier en eindelijk het zegel der mannelijkheid: de eerste legale dram! Met die eerste slok werden de deuren naar je kindertijd gesloten en whisky werd de drank van je leven.
Het werd me op een presenteerblaadje geserveerd zoals het bij mijn vader was gedaan, zoals je eerste pak dat op je bed ligt. Maar, tegen de tijd dat ik het ouderlijk huis verliet, waren er andere alcoholische dranken om te ontdekken – wijn, bier en rum. Ik keerde me van de whisky af en had niet in de gaten dat de oude zekerheden in mijn leven langzaam verdwenen, net zoals die “whisky landmarks” – Dewar’s Corner, Cherrybank, Gloag’s winkel, de bottelarij van Black & White in Stepps, de kantoren in Washington Street, Teacher’s op Enoch Square. De bewegwijzering van het leven leek verdwenen, het pad werd onduidelijk en met het verdwijnen van die wegwijzers, verdwenen ook de piano, de viool, de rook en de generatie van mijn ouders.
Nu zie ik dat, hoewel ik me er destijds tegen verzette, mijn vroege whiskytraining uiteindelijk wel gewerkt heeft – die drijfnatte teenager in die kletsnatte tent werd verliefd op de vloeistof die het hoofd deed ronddraaien, de borst in vlam zette en het hart liet razen. Het is tegenwoordig anders, maar ergens drinkt iemand nu zijn eerste slok en vindt zijn eigen weg. Sommige dingen verdwijnen, andere veranderen slechts van vorm.
V: Hoe geniet je het meest van whisky, los van het professionele proeven?
A: Vroeg in de avond, voor het eten, met ijs en ginger ale of soda water. Na het eten met een drupje water en af en toe een sigaar.
V: Hoe ga je te werk wanneer je monsters proeft voor Whisky Magazine?
A: Ik proef blind en weet alleen de leeftijd en het alcoholpercentage vooraf. Ik zet ze vervolgens neer in flights van 6. Dan ruik en proef ik puur, waarna ik het monster verdun en nogmaals ruik en proef. Onderwijl noteer ik mijn indrukken en geef initiële punten. Na 2 flights pauzeer ik wat langer en ga vervolgens zo door totdat ik ze allemaal heb geproefd.
Dan herschik ik de samples aan de hand van mijn eerste notities en herhaal deze oefening de volgende dag, en soms nog een dag daarna. Bij de eerste proefronde heb ik genoteerd welke monsters veel en welke weinig of geen water behoeven.
Het verbaast me altijd hoe een whisky die in eerste instantie weinig voorstelt, een tweede keer duidelijk doorkomt. Ik kijk naar balans en complexiteit en dat is iets anders dan gewicht en kracht.
V: Welke geuren en smaken associeer je met welk seizoen?
A: De lente gaat over groen gras, bloemen en verfijndheid. De kleur is groen. De zomer is vanille en de geur van kokosnoot zoals in zonnebrandolie, en zacht fruit. De kleur is geel. De herfst brengt boomfruit, omgewoelde aarde en houtrook. De kleur is kastanjebruin. De winter gaat over noten, gedroogd fruit en de geur van kruiden en een open haard. De kleur is diep-rood.
V: Met wie zou je graag een dram drinken, ongeacht of de persoon nog in leven is of niet?
A: Met mijn vader, die overleed voordat ik serieus whisky ging drinken. Hij was een man die van zijn dram hield.
V: Als tijd en budget er niet toe deden, wat voor soort boek zou je dan willen schrijven?
A: Wacht maar af!
En dat is wat wij whiskyliefhebbers in de hele wereld gaan doen. En in de tussentijd kunnen we genieten van Whisky De Wereldatlas. Dankjewel Dave, we houden je in de gaten!
Fotobijschrift: Dave en Hans op de top van Ben Rinnes, afgelopen jaar tijdens het Speyside Festival 2011, terwijl ze The Road to Craigellachie – Revisited officieel ten doop houden. Foto’s genomen door Dennis Mulder.








